Diagnose Depersonalisatie, derealisatie – DSM en meer

Depersonalisatiestoornis DSM IV-TR

Kenmerken

• Het gevoel buiten het eigen lichaam of geest te staan. (AFSTAND) Als een robot of in een droom te leven.
• De gestoorde beleving houdt steeds een alsof karakter: er is geen sprake van wanen (stemmen/hallucinaties) of verstoorde realiteitstoetsing (onverantwoordelijk gedrag en raar verantwoordelijkheid toeschrijven aan onwerkelijke dingen).
• Depersonalisatie wordt als zeer onaangenaam beleefd en voert soms tot hevige verontrusting. Mensen kunnen er paniek van krijgen en een angst om te voelen door ontwikkelen, ook depressief van worden. 

DSM IV-TR criteria

A. Aanhoudende of recidiverende belevingen van het gevoel los te staan en externe waarnemer te zijn van de eigen geestelijke processen of het eigen lichaam (bijvoorbeeld het gevoel alsof alles in een droom gebeurt). Onecht, nep, onwerkelijk. Vervreemding. etc
B. Tijdens de beleving van depersonalisatie blijft de realiteitstoetsing intact.
C. De depersonalisatie veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
D. De beleving van depersonalisatie komt niet uitsluitend voor in het beloop van een andere psychiatrische stoornis zoals schizofrenie, paniekstoornis, acute stress-stoornis of een andere dissociatieve stoornis en is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld temporaalkwab epilepsie).

Depersonalisatie als symptoom

In plaats van een apart ziektebeeld, kan depersonalisatie ook als een symptoom voorkomen bij:
schizofrenie, depressie, angststoornissen, paniekstoornissen, agorafobie, obsessieve compulsieve stoornis, druggebruik, slaaponthouding, jetlag, temporale epilepsie, migraine, rouwreacties, na een traumatische gebeurtenis, schizoïde persoonlijkheidsstoornis.

Derealisatie

De depersonalisatiestoornis heeft als belangrijkste kenmerk een gevoel van los staan of op afstand zijn van eigen psychische processen of het eigen lichaam. Bij derealisatie wordt de omgeving of bekenden als onwerkelijk ervaren.

Normaal versus pathologische depersonalisatie

• Gewone ervaringen depersonalisatie
- Doet zich voor als geïsoleerd symptoom
- Eén of twee episodes
- Korte duur: van seconden tot minuten
- Luxerende factoren: ernstige vermoeidheid, slaaptekort, extreme spanning of stress, isolatie
of zintuiglijke deprivatie, alcohol of drugs, lichamelijke ziekten
• Voorbijgaande depersonalisatie
- Doet zich voor als geïsoleerd symptoom
- Eén voorbijgaande episode
- Beperkte duur: van minuten tot weken
- Luxerende factoren: levensbedreigend gevaar, éénmaal ernstig, psychologisch trauma
• Chronische / pathologische depersonalisatie
- Doet zich (meestal) voor in cluster met andere dissociatieve symptomen
- Terugkerende of voortdurende episodes
- Chronisch (dagelijks tot wekelijks) gedurende lange episodes (tot vele jaren)
- Niet geassocieerd met luxerende factoren zoals beschreven bij gewone ervaringen
depersonalisatie. Kan voorafgegaan worden door herinnering aan trauma of stressvolle
gebeurtenis, maar doet zich ook voor bij afwezigheid van een duidelijke stressfactor. Is niet
gekoppeld aan één enkel ernstig trauma

met dank aan Hulpgids.nl

Diagnose DSM 4, 5 ICD 11

De DSM, de belangrijkste "bijbel" van de psychiatrie, heeft een hoofdcategorie, dissociatieve stoornissen, (van Dale woordenboek: Proces waarbij een gecoördineerd geheel van gedachten of emoties afgescheiden raakt van de rest van de persoonlijkheid), en dissociatieve symptomen, te weten derealisatie, dissociatie, depersonalisatie, maar ook amnesie (niet onthouden), verstoring groot en klein, en identiteitsverwarring.

De dissociatieve stoornissen worden in 5 verdeeld (DSM IV-TR).
• Dissociatieve amnesie
• Dissociatieve fugue (vlucht/reizen)
Dissociatieve identiteitsstoornis (vroeger MPS)
• Depersonalisatiestoornis (in DSM 5 de derealisatie en depersonalisatiestoornis)
• Dissociatieve stoornis niet anderszins omschreven (NAO)

DSM Code 300.6 
A. The presence of persistent or recurrent experiences of depersonalization, derealization or both: Depersonalization: Experiences of unreality, detachment, or being an outside observer with respect to one's thoughts, feelings, sensations, body, or actions (e.g., perceptual alterations, distorted sense of time, unreal or absent self, emotional and/or physical numbing). Derealization: "Experiences of unreality or detachment with respect to surroundings (e.g., individuals or objects are experienced as unreal, dreamlike, foggy, lifeless, or visually distorted."

B. During the depersonalization or derealization experiences, reality testing remains intact.

C. The symptoms cause clinically significant distress or impairment in social, occupational, or other important areas of functioning.

D. The disturbance is not attributable to the physiological effects of a substance (e.g., a drug of abuse, medication) or other medical condition (e.g., seizures).

E. The disturbance is not better explained by another mental disorder, such as schizophrenia, panic disorder, major depressive disorder, acute stress disorder, posttraumatic stress disorder, or another dissociative disorder."

ICD 11 draft
- Depersonalization-derealization disorder Code 7B36 "Depersonalization-derealization disorder is characterized by persistent or recurrent experiences of depersonalization, derealization, or both. Depersonalization refers to the experience of feeling detached from, and as if one is an outside observer of, one's mental processes, body, or actions. Derealization refers to the experience of feeling detached from, and as if one is an outside observer of, one's surroundings. Clinical findings are not consistent with a recognized neurological disorder or other health condition, are not better explained by another mental and behavioural disorder, and are not part of an accepted cultural, religious, or spiritual practice. The sensory symptoms are sufficiently severe to cause significant impairment in personal, family, social, educational, occupational or other important areas of functioning." [6] Last updated July 2015.

Snappen telt niet

Diagnose of niet, hoe lost dat je probleem op?
Effectieve therapie lost derealisatie op. Effectieve therapie is therapie waarin je duidelijke veranderingen ervaart, dus ook VOELT, en waarbij je stap voor stap naar de oplossing toe gaat.

Naar therapie en behandelen.

Differentiaal Diagnose

Een differentiaal diagnose is een serie klachten die kunnen lijken op de originele en ermee verward kunnen worden.

Bij derealisatie - depersonalisatie

1. Depressie. Beide derealisatie en depressie hebben afvlakking als kenmerk.
2. Hyperventilatie. Vervreemding komt ook voor bij hyperventilatie.
3. Identificatiesyndromen (hersenschade, kleine hersenbloeding op de verkeerde plek). De afkorting DMS wordt gebruikt (naar het Engelse delusional misidentification syndrome) voornamelijk Cotards, Mirrored-self misidentification, en prosopagnosie.
Het is belangrijk om via een neuroloog deze specifieke soorten hersenletsel uit te sluiten.

Depersonalisatie Stoornis
Depersonalisatie stoornis

Kritiek op Diagnoses

Ik voel me vreemd en onwerkelijk! 
De wereld is vreemd, onecht en onwerkelijk!

Diagnose stellen, waarom wel of juist niet?
We willen weten wat er aan de hand is. Je voelt en weet dat er iets niet in de haak is, en het niet goed weten wat, voelt ook onveilig. Het zoeken naar een houvast is resulteert vaak in het zoeken van een diagnose. Met de onuitgesproken aanname, dan kan ik er wat mee.

1. Diagnosticeren is invalideren - L. Ron Hubbard.

2. Als je een diagnose stelt (en deze word aangenomen), distantieer je je van een ander, en staat die diagnose-steller ook boven de ander.

3.. Op het moment dat je je identificeert met een diagnose, zal je om te genezen je ook weer moeten distantiëren van de diagnose.

Is het waar dat de diagnose je helpt, houvast geeft?
Als je een bacteriële ontsteking hebt of een gebroken bot hebt natuurlijk wel. Maar we praten over emotionele en gevoelsmatige problemen. Ieder van ons kan alle gevoelens, emoties en overtuigen hebben en ervaren, en dat is ook heel normaal. We zijn allemaal mens, en gedurende een mensenleven is het normaal dat je ook alle gevoelens en emoties  tegenkomt.  Ieder van ons maakt afwijzing, verlies, rouw, pijnlijke gebeurtenissen en onzekerheid mee. Dat maakt deze belevingen nog geen stoornis als een gebroken been of bacteriële ontsteking.  Heel vaak is een diagnose een samenvatting en vereeuwiging van tijdelijke gevoelens.

Wat een DSM diagnose meestal niet zegt is wat de menselijke ervaring is geweest die oorzaak is van deze diagnose. Bijvoorbeeld depressie door verlies. Of autorijdfobie door auto-ongeluk. Wat een therapeut gaat behandelen is de oorzaken.

Weten dat je een depressie hebt, maakt deze nog niet minder. Weten dat je derealisatie hebt, maakt t nog niet minder.

Alternatieve Theorie

Alternatieve Theorie en Diagnose

Omdat de standaard uitleg over derealisatie en aanverwante niets zegt over het werkingsmechanisme en oorzaken noch werkzame oplossingen, ben ik veel meer geïnteresseerd in dat wat werkt en theorieën die gedragen worden door wat werkt. Hetzelfde geld voor interventietechnieken en therapievormen. Ik ben alleen geïnteresseerd in wat voelbaar werkt. De theorie over waarom en hoe bespreken we later wel.

Wat er bij derealisatie in de praktijk gebeurt is dat iemand door angsten en onveiligheid uit zijn lichaam omhoog kan schieten, in zijn of haar hoofd kan gaan zitten. Hoewel er niets mis is met je aandacht in je hoofd hebben, is het niet willen voelen wat er in het lichaam of je gevoel gebeurt het probleem. Er is tevens een overspanning in het hoofd. Een eenvoudige aardingsoefening werkt niet direct bij mensen met derealisatie, maar uiteindelijk is dat aarden wel wat gebeuren moet. Veiligheid is een voorwaarde om weer in je lijf te zijn. Daarnaast zal je moeten oplossen datgene wat niet te verteren was.
Mensen mogen weer uit hun hoofd komen, in hun lijf. Dat is met gerichte therapie prima te bereiken.

Praktische uitleg/Diagnose derealisatie

Wat derealisatie, depersonalisatie en dissociatie is, is een overlevingsmechanisme, een primaire reactie bestaande uit gedachten (overtuigingen) en emoties - op extreme angst en onveiligheid, bedreiging en trauma.  Ik noem het soort trauma meestal een controle-verlies trauma.

We kennen allemaal vechten, vluchten en bevriezen als reactie op onveiligheid. Realiseer je dat je ook ontkennen hebt, bagetalliseren, onderdrukken, amnesie (vergeten) en als dat allemaal niet werkt, heb je ook flauwvallen, uittreden (extreme dissociatie) en derealisatie/depersonalisatie.