Een eerste episode derealisatie na een bad trip gaat vaak binnen twee tot drie weken vanzelf over. Komt hij toch terug, dan zit er een patroon achter. En dat patroon is te doorbreken, als je het eerst herkent.
Veel mensen krijgen derealisatie voor het eerst na een bad trip. Het duurt een paar weken en dan is het weg. Opgelucht denk je: dat was het. En dan komt het terug.
Wat is een episode derealisatie?
Een episode derealisatie is een periode waarin de klacht er continu is. Niet af en toe, maar de hele dag, met de stress, angst en paniek die daarbij horen. Je kijkt door je ogen naar de wereld en die wereld voelt vervormd, of alsof er een waas of glas tussen zit.
Ik maak onderscheid tussen acuut en episodisch.
Acuut wil zeggen: ik heb het nu, ik heb nu een acute aanval van DPDR (depersonalisatie en derealisatie). Dat kan na een paar uur weer over zijn, mits je er niet bang van wordt. Dat gebeurt ook na een auto-ongeluk of na het bericht dat iemand is overleden. Je bent even van de kaart, en dan zakt de aanval van DPDR.
Episodisch wil zeggen: de DPDR is er een hele episode lang, van een paar weken, maanden of zelfs een jaar. In mijn praktijk zie ik dat een eerste episode na een bad trip vaak binnen twee tot drie weken vanzelf weggaat.
Waarom derealisatie na een bad trip anders uitpakt dan na een schok
Na een bad trip komt er paniek bij, en die paniek maakt het verschil. Bij een overlijden of een ongeluk schrikken de meeste mensen wel, maar ze raken niet in paniek van dat vreemde gevoel. Ze zijn even gedesoriënteerd en het gaat over.
Vergelijk het zo. Ben ik bang voor een muis en de muis is weg, dan is mijn angst weg. Maar word ik bang voor mezelf, dan probeer ik weg te komen van mezelf. En dat kan niet. Je kunt niet uit jezelf stappen zoals je uit een lift stapt.
Het patroon van de tweede en derde episode
Bij een tweede en derde episode zie ik vaak hetzelfde gebeuren:
de eerste episode komt, en gaat na twee of drie weken weg
er volgt een periode waarin je er niets van merkt
de tweede episode komt
je gaat twijfelen aan jezelf: gaat dit ooit weg, wat is er mis met mij?
de derde episode komt, en duurt langer
Met elke ronde wordt de episode langer en de tussenpoos korter, tot het bijna continu aanwezig is. Dan noemen we het chronisch.
Die twijfel uit stap 4 houdt de derealisatie in stand. Je gaat jezelf controleren, je let op of het er nog is, en juist dat opletten houdt je uit je gevoel.
Chronisch betekent overigens niet dat het niet meer weggaat. Hoe dat zit, lees je op de pagina over de vraag of derealisatie genezen kan worden.
Wat ik zeg tegen mensen die vlak na een bad trip bellen
Bel je me 24 of 48 uur na een bad trip, dan zeg ik vaak: de kans is groot dat het vanzelf weer overgaat. Bellen is dan meestal nog niet nodig. Een acute reactie die vanzelf zakt, heeft geen behandeling nodig.
Anders wordt het als je eerste aanval na een bad trip lang aanhoudt, of als je episodes steeds langer worden. Dan gaat het meestal niet meer vanzelf over en heb je gespecialiseerde therapie nodig. Neem dan wel contact met me op. Ik hoor vaak van mensen dat ze eerst naar een eerstelijnspsycholoog zijn gestuurd en daarna een behandeling kregen voor hyperventilatie of paniek. Dat houdt je bezig, maar de kern van de DPDR blijft liggen.
Is de paniek zo groot dat je het niet trekt, of voel je je niet veilig, wacht dan niet en bel meteen je huisarts of de huisartsenpost.
Als DPDR door slaaptekort komt
Komt DPDR door slaaptekort, dan gaat het meestal over zodra je hebt bijgeslapen, net als bij een jetlag. Niet elke episode begint bij drugs. Ik zie ook mensen bij wie het begint na langdurig slaaptekort, een jetlag, nachtdiensten, oververmoeidheid of een burn-out.
Slaaptekort is ook het beste voorbeeld om het uit te leggen aan iemand die het nooit heeft gehad. Bijna iedereen kent het gevoel na twee slapeloze nachten: je bent er niet helemaal bij, alles voelt een beetje raar. Dat is een flauwe versie van waar het bij derealisatie over gaat.
Waarom eerdere therapie bij derealisatie vaak niet aansloeg
Eerdere therapie slaat bij derealisatie vaak niet aan omdat er iets anders wordt behandeld dan de klacht zelf. Veel mensen die mij bellen hebben al iets geprobeerd, en vaak begon dat bij een verkeerde diagnose.
Een therapeut die derealisatie niet goed kent, behandelt wat hij wel herkent: paniek, of somberheid. Maar derealisatie is geen paniekstoornis en geen depressie. Dan behandel je iets anders dan de depersonalisatie- en derealisatiestoornis, en gebeurt er weinig met de kern van de DPDR.
Ik ben expert in derealisatie en depersonalisatie en werk met een behandelplan in fases, gericht op de verstoring zelf.
Wanneer je beter eerst je huisarts belt
Raak je de werkelijkheid kwijt, ontwikkel je paranoia, hoor je stemmen of zie je dingen die er niet zijn, of voel je de behoefte om jezelf of een ander iets aan te doen? Dan is dat iets anders dan derealisatie en hoort het bij je huisarts thuis. Bel dan je huisarts. De huisartsenpost is dag en nacht bereikbaar.
Denk je aan zelfdoding, bel dan 113 via 0800-0113. Dat is gratis en dag en nacht bereikbaar. Bij direct gevaar bel je 112.
In deze video vertel ik over acute, episodische en chronische derealisatie.
Herken je het patroon van terugkerende episodes?
Is je episode na een paar weken niet over, of is hij al een tweede keer teruggekomen? Bel me dan gerust op 06-16015727, tussen 8:30 en 20:30. Wil je eerst voor jezelf nagaan of het om derealisatie gaat, doe dan de derealisatie- en depersonalisatietest. Wat derealisatie precies is en hoe het ontstaat, lees je op de pagina wat is derealisatie.
De angst om gek te worden is een van de meest voorkomende angsten bij derealisatie en depersonalisatie. Op deze pagina beantwoord ik die vraag in zeven varianten, want de manier waarop je het vraagt maakt uit voor het antwoord dat je krijgt.
Kan ik gek worden van DPDR?
Nee. DPDR maakt je niet gek en leidt niet tot een psychose of schizofrenie.
De angst om gek te worden is een van de meest voorkomende angsten bij DPDR. Vrijwel iedereen die bij mij komt na een bad trip heeft die angst gehad. Juist het feit dat je je die vraag stelt zegt iets belangrijks.
Bij depersonalisatie en derealisatie blijft je realiteitsbesef intact. Je weet dat de wereld vreemd voelt, en je weet tegelijk dat die wereld niet werkelijk veranderd is. Je merkt dat er iets niet klopt aan hoe je het ervaart. Dat besef is precies wat DPDR onderscheidt van een psychose, waarbij dat inzicht juist ontbreekt.
In de diagnostiek is dit geen bijzaak maar een voorwaarde. Een intacte realiteitstoetsing hoort bij de diagnose. Iemand die de werkelijkheid niet meer kan toetsen heeft per definitie iets anders dan DPDR. Wil je weten of jouw klachten hierbij passen, doe dan de test.
DPDR met de stress, angst en paniek die erbij horen is zwaar en vaak ernstig beperkend, en dat kan jarenlang duren. Maar het hoeft geen voorstadium te zijn van een psychose of schizofrenie.
Word ik gek van derealisatie?
Nee. Derealisatie is een symptoom van dissociatie, geen begin van waanzin.
Derealisatie betekent dat de wereld om je heen onwerkelijk aanvoelt. Alsof er een glazen wand tussen jou en alles zit, alsof je in een droom leeft, alsof mensen niet echt zijn. Dat is een indringende ervaring en het is begrijpelijk dat je denkt dat er iets ernstigs aan de hand is. Derealisatie is een beschermingsmechanisme.
Maar let op wat je nu doet: je merkt dat de wereld anders voelt dan normaal. Je vergelijkt het met hoe het hoort te zijn. Dat kun je alleen doen als je greep op de werkelijkheid intact is.
De angst om gek te worden houdt de derealisatie vaak in stand. Hoe meer je jezelf controleert en je afvraagt of het al erger wordt, hoe meer spanning je opbouwt, en spanning is precies de brandstof van meer derealisatie. Dat is een van de redenen waarom dit zo hardnekkig kan zijn.
Nee. Depersonalisatie is een beschermingsreactie van je systeem en een symptoom van dissociatie, geen teken dat je je verstand verliest.
Bij depersonalisatie voel je jezelf onwerkelijk. Alsof je jezelf van buitenaf bekijkt, alsof je lichaam niet van jou is, alsof je een robot bent die de bewegingen maakt. Sommige mensen herkennen zichzelf even niet in de spiegel.
Dat is een vervreemdende ervaring, maar het is geen verlies van verstand. Het is een reactie van je systeem op iets dat te bedreigend of te veel was. Je gevoel gaat op afstand staan om je te beschermen. Onprettig, maar het is geen defect.
Ook hier geldt: je merkt zelf dat het niet klopt. Dat besef verdwijnt niet.
Word ik gek van de depersonalisatie- en derealisatiestoornis?
Nee. De depersonalisatie-/derealisatiestoornis is een dissociatieve stoornis, geen psychotische stoornis. Het gaat niet over in schizofrenie.
Dit zijn twee verschillende categorieën in de DSM-diagnostiek, met een ander verloop en een andere behandeling. DPDR valt onder de dissociatieve stoornissen. Schizofrenie en andere psychotische stoornissen vallen daarbuiten.
De verwarring ontstaat omdat beide ervaringen zo vreemd zijn dat mensen ze op een hoop gooien. Maar het verschil is helder: bij DPDR weet je dat je waarneming niet klopt met de werkelijkheid. Er is sprake van vervreemding, niet van een verandering van de werkelijkheid. Bij een psychose ontbreekt dat inzicht en ontstaat er geloof in de wanen.
DPDR is ook niet hetzelfde als een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Dat heet tegenwoordig de dissociatieve identiteitsstoornis, DIS, met DSM-code 300.14.
Kan ik gek worden van een bad trip?
Een bad trip zelf maakt je niet blijvend gek, maar hij kan wel klachten in gang zetten die aanhouden.
Tijdens een bad trip kun je dingen ervaren die op een psychose lijken: angst, verwarring, het gevoel de controle kwijt te zijn, soms hallucinaties. Die verschijnselen horen bij het middel en verdwijnen als het uitgewerkt is. Een bad trip is tijdelijk.
Wat er wel kan gebeuren, en wat ik vaak zie, is dat de angst en de DPDR van die ervaring blijven hangen. Je hebt gevoeld hoe het is om jezelf kwijt te raken en dat wil je nooit meer meemaken. Die angst kan derealisatie en depersonalisatie in stand houden, ook als het middel allang uit je lichaam is. Bij een deel van de mensen die ik behandel is een bad trip het beginpunt geweest.
Er is een belangrijke uitzondering. Bij mensen die daar gevoelig voor zijn, kan drugsgebruik een echte psychose uitlokken. Daarover gaat de volgende vraag.
Kan ik een psychose krijgen van wiet?
Ja, dat kan. Niet bij iedereen, maar het risico is reëel en het is groter dan lang is gedacht.
Hier wil ik eerlijk over zijn, want een psychose is iets anders dan derealisatie.
Uit de EU-GEI-studie, gepubliceerd in The Lancet Psychiatry in 2019, blijkt het volgende. Onderzoekers vergeleken 901 mensen met een eerste psychose met 1.237 controlepersonen, verspreid over elf locaties in Europa en Brazilië. Wie dagelijks cannabis gebruikte had ongeveer drie keer zoveel kans op de diagnose eerste psychose. Bij dagelijks gebruik van sterke cannabis, met meer dan 10 procent THC, liep dat op tot bijna vijf keer. Het effect was het duidelijkst zichtbaar in Amsterdam en Londen, juist omdat daar sterke cannabis breed verkrijgbaar is.
Jellinek meldt dat 6 tot 10 procent van alle gevallen van schizofrenie gelinkt is aan cannabisgebruik. Bij ongeveer 1.600 nieuwe gevallen per jaar in Nederland gaat het dan om 100 tot 160 gevallen waarin cannabis een rol speelt. Wie familieleden heeft met een psychotische stoornis is duidelijk gevoeliger: broers en zussen van mensen met schizofrenie blijken na cannabisgebruik vijftien keer gevoeliger voor lichte psychotische verschijnselen. Beginnen op jonge leeftijd verhoogt het risico ook, en cannabis kan de ziekte ongeveer tweeënhalf jaar eerder laten optreden dan anders het geval zou zijn.
Tegelijk klopt het niet dat iedereen die blowt een psychose krijgt. Verreweg de meeste gebruikers krijgen die niet. Ongeveer twee tot drie procent van de bevolking maakt ooit een psychose door. Onderzoekers zien een duidelijk verband tussen cannabis en psychose, maar of cannabis de directe oorzaak is of vooral een aanjager bij mensen die al kwetsbaar zijn, is nog niet uitgemaakt.
Een psychose is ook niet hetzelfde als schizofrenie. Een psychose is een periode waarin het contact met de werkelijkheid wegvalt, waarbij hallucinaties of wanen kunnen optreden en daar ook naar gehandeld wordt. Een enkele psychose kan overgaan. Schizofrenie wordt gezien als een aanhoudende aandoening. Een psychose betekent dus niet dat je schizofrenie hebt. Wel is het een signaal om serieus te nemen, om te stoppen met gebruik en om contact op te nemen met een arts.
Mijn ervaring: de meeste mensen die na wietgebruik bij mij komen hebben geen psychose gehad, maar derealisatie of depersonalisatie, met stress, angst en paniek. Dat is een andere klacht, met een ander verloop en een andere aanpak. Wie eenmaal DPDR heeft gekregen door recreatieve drugs blijft gevoelig om in de toekomst opnieuw episodes te krijgen.
Wat is het verschil tussen derealisatie en een psychose?
Bij derealisatie weet je dat je ervaring niet klopt met de werkelijkheid. Bij een psychose ontbreekt dat besef.
Dat ene verschil is het belangrijkste dat er is, en het is ook waar de diagnose op rust.
Derealisatie en depersonalisatie
Psychose
Besef dat het niet klopt
Aanwezig
Afwezig
Wat je ervaart
De wereld of jijzelf voelt onwerkelijk, vaag of nep. Het gevoel een robot te zijn, geen verbinding met de wereld of met jezelf, vervreemding. Visual snow. Anhedonie kan aanwezig zijn. Depressie kan aanwezig zijn.
Wanen en hallucinaties: je neemt dingen waar die er niet zijn of gelooft dingen die niet kloppen. Grote angsten, paranoia, achtervolgingswaan. Mogelijk manie, met extreme blijdschap die tijdelijk is. Geen visual snow. Anhedonie kan aanwezig zijn. Depressie kan aanwezig zijn.
Categorie
Dissociatieve stoornis
Psychotische stoornis
Verloop
Acuut, episodisch of chronisch
Acuut, episodisch of chronisch. Een psychose wordt gezien als episode, schizofrenie als aanhoudend
Behandeling
Gespecialiseerde therapie. Medicatie is niet effectief
Medicatie is primair en effectief. Therapie wordt soms ingezet
Iemand met derealisatie zegt: het voelt alsof de wereld nep is, maar ik weet dat dat niet zo is. Iemand in een psychose zegt dat niet, omdat de ervaring voor hem of haar de werkelijkheid is.
In deze video leg ik uit waarom derealisatie iets anders is dan schizofrenie.
Herken je jezelf hierin?
Chronische derealisatie en depersonalisatie gaan zelden vanzelf over, maar ze zijn wel behandelbaar. Ik ben expert in het behandelen van deze klachten en behandel ze al jaren online. Neem gerust contact op als je wilt weten wat er in jouw situatie mogelijk is.
Heb je het gevoel dat je het contact met de werkelijkheid kwijtraakt, of denk je dat je een psychose hebt, of maak je je ernstig zorgen over jezelf? Neem dan contact op met je huisarts. Bij acute nood is de huisartsenpost dag en nacht bereikbaar.
Bronnen
Di Forti M. e.a. (2019). The contribution of cannabis use to variation in the incidence of psychotic disorder across Europe (EU-GEI): a multicentre case-control study. The Lancet Psychiatry.
Jellinek. Kan cannabis schizofrenie of een psychose veroorzaken?
American Psychiatric Association. DSM-5-TR, criteria depersonalisatie-/derealisatiestoornis.
Ja, derealisatie kan genezen worden. Het is geen permanente aandoening, maar een beschermingsmechanisme dat met gerichte therapie losgelaten kan worden. De meeste mensen hebben 6-16 sessies nodig. Chronische derealisatie die niet oplosbaar is, bestaat volgens expert Ben Meijer niet.
Kan derealisatie genezen worden?
Ja, derealisatie is behandelbaar en kan volledig verdwijnen. Het is geen hersenbeschadiging of onomkeerbaar proces, maar een functionele reactie van je brein op angst of bedreiging. Het behandelplan bestaat uit meerdere fases. In de eerste fase zullen we de onderliggende oorzaak aanpakken, een voorwaarde voordat het brein de beschermingsmodus kan loslaten.
Toch lezen veel mensen online dat derealisatie “niet te genezen” is of dat je “ermee moet leren leven.” Volgens therapeut Ben Meijer, die gespecialiseerd is in de behandeling van derealisatie en het zelf heeft meegemaakt, klopt dit niet. Hij stelt dat chronische derealisatie die niet oplosbaar is niet bestaat. Wanneer iemand jarenlang last houdt, betekent het dat diegene nog geen effectieve therapie heeft gevonden of geen ter zake kundige therapeut heeft ontmoet.
Dit is een belangrijke boodschap, want veel mensen met derealisatie geven de hoop op na meerdere mislukte behandelingen. Het probleem ligt dan niet bij de onbehandelbaarheid van derealisatie, maar bij de aanpak.
Waarom denken veel mensen dat derealisatie niet te genezen is?
Er zijn meerdere redenen waarom het beeld bestaat dat derealisatie ongeneeslijk is.
Veel hulpverleners kennen derealisatie onvoldoende. Het is een relatief onderbelicht onderwerp in de opleiding van psychologen en psychiaters. Daardoor krijgen patiënten soms te horen dat er weinig aan te doen is, terwijl er wel degelijk effectieve behandelingen bestaan.
Er is weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Vergeleken met depressie of angststoornissen is er veel minder onderzoek beschikbaar over derealisatie. Dit geeft het onterechte beeld dat het een zeldzame of onbehandelbare aandoening is. Wel is er uit onderzoek bekend dat medicatie niet werkzaam is.
Internetforums geven een vertekend beeld. Mensen die genezen zijn verlaten de forums en gaan verder met hun leven. Degenen die nog zoeken naar een oplossing blijven actief posten. Hierdoor lijkt het alsof niemand ervan afkomt, terwijl de genezen groep simpelweg niet meer zichtbaar is.
Verkeerde behandelmethoden. Standaard gesprekstherapie of enkel medicatie werkt vaak niet bij derealisatie. Wie alleen deze aanpak heeft geprobeerd kan het gevoel krijgen dat niets helpt.
Welk behandelplan werkt bij derealisatie?
Het meest effectieve behandelplan is een op maat gemaakt behandelplan. Zo nodig worden trauma’s verwerkt met een van de traumatherapievormen. Daarnaast worden onderliggende angsten verwerkt en wordt de verbinding met je gevoelens hersteld. Ben Meijer werkt met een eigen specialistisch kader dat speciaal voor deze dissociatieklachten is ontwikkeld, en met meerdere interventietechnieken: het verwerken van trauma, werken met hechtingsproblematiek en werken met delen. We werken met zelfhulptechnieken zodat je zelf huiswerk kan doen.
Accepteren in plaats van vechten. Je leert anders om te gaan met je angstgedachten en gevoelens. In plaats van te vechten tegen de derealisatie-ervaring, leer je deze te accepteren als een tijdelijk signaal. Dit doorbreekt de angstcyclus die derealisatie in stand houdt.
Zelfhulpoefeningen ondersteunen je zelfredzaamheid. Je leert oefeningen die je thuis zelf kunt doen, gericht op het oplossen van de emotionele lading van de klacht en de overtuigingen. Dit helpt het brein om vastgelopen emoties te verwerken. De beschermingsmodus die derealisatie in stand houdt, wordt zo stap voor stap afgebouwd.
Hoeveel sessies zijn nodig om van derealisatie af te komen?
Het aantal sessies hangt af van de oorzaak en complexiteit van je situatie. Bij eenvoudige derealisatie gaat het vaak sneller. Bij complexere gevallen met een angststoornis, trauma of langdurig medicatiegebruik zijn gemiddeld 6-16 behandelingen nodig.
Factoren die meespelen:
Oorzaak van de DPDR-stoornis: Er bestaat derealisatie ontstaan door recreatieve drugs en derealisatie ontstaan door overige klachten. Dit maakt een fundamenteel verschil in de tijdsduur.
Comorbiditeit. Bestaan er andere klachten naast de derealisatieklachten? Denk aan overige trauma’s, angststoornissen, depressie, dwangstoornissen of verslaving.
Oorzaken in de onderliggende kwetsbaarheid: Dit is een black box bij aanvang, want lang niet iedereen weet waardoor de onderliggende kwetsbaarheid is ontstaan.
Duur van de klachten. Hoe langer de derealisatie aanhoudt, hoe meer het brein gewend is geraakt aan de beschermingsmodus. Dit betekent niet dat het onbehandelbaar is, maar wel dat het meer sessies kan vergen.
Medicatiegebruik. Sommige medicijnen, met name antidepressiva, kunnen gevoelens afvlakken. Afhankelijk van de dosering en individuele reactie op de medicatie, kan die een belemmerend of vertragend effect hebben op het therapieverloop. Je hebt juist toegang tot je gevoelens nodig. In overleg met de voorschrijvende arts kan afbouw overwogen worden.
De frequentie is eenmaal per week. Twee keer per week kan als je gemotiveerd bent, maar maximaal drie weken achter elkaar. Drie keer per week is te veel.
Helpt medicatie bij derealisatie?
Nee, medicatie is volgens Ben Meijer niet nodig voor het oplossen van derealisatie. Hij heeft in zijn praktijk nooit medicatie nodig gehad om derealisatie succesvol te behandelen.
Sterker nog, medicatie kan de behandeling belemmeren. Antidepressiva vlakken gevoelens af. Dat is bij depressie soms gewenst, maar bij derealisatie is het juist contraproductief. De kern van de behandeling is het herstellen van de verbinding met je gevoelens. Als medicatie verhindert dat je voelt, kan therapie niet optimaal werken.
Dit betekent niet dat je op eigen houtje moet stoppen met medicatie. Afbouwen doe je alleen voorzichtig onder leiding van je voorschrijvende arts. Maar het is belangrijk om te weten dat medicatie geen oplossing is voor derealisatie zelf, het behandelt hooguit bijkomende klachten zoals angst of depressie.
Kan derealisatie terugkomen na behandeling?
De kwetsbaarheid voor derealisatie verdwijnt niet volledig. Wie het eenmaal heeft meegemaakt blijft gevoeliger voor dissociatie bij extreme stress, slaaptekort of angst. Maar er zijn twee belangrijke nuances.
Ten eerste: na succesvolle therapie ben je sterker geworden en meer weerbaar.
Ten tweede: de drempel ligt veel hoger. Door therapie heb je de onderliggende angst verwerkt en geleerd om anders met stress om te gaan. Er is een veel grotere trigger nodig om opnieuw in derealisatie te schieten.
Mocht het toch terugkomen, dan is het meestal milder en korter van duur. En je weet de weg naar effectieve hulp.
Zonder behandeling ligt dat anders: dan komen episodes vaak terug en worden ze langer. Hoe dat patroon werkt, lees je in derealisatie in episodes.
Wat kun je zelf doen om herstel te bevorderen?
Naast professionele therapie kun je zelf bijdragen aan je herstel:
Zorg voor rust en veiligheid. Derealisatie is een reactie op dreiging, dus zorg ervoor dat je veilig bent. Hoe meer rust je je zenuwstelsel geeft, hoe sneller het kan herstellen. Vermijd onnodige stressbronnen waar mogelijk.
Slaap goed. Een vast slaapritme is essentieel. Slaaptekort verzwakt de veerkracht van je brein en kan derealisatie verergeren.
Beweeg regelmatig. Lichamelijke activiteit brengt je terug in je lichaam en doorbreekt het “in je hoofd zitten” dat kenmerkend is voor derealisatie.
Vermijd drugs en overmatig alcohol. Vooral cannabis en hallucinogenen kunnen derealisatie versterken of terugkeer uitlokken.
Stop met googelen naar horrorverhalen. Internetforums geven een vertekend beeld. Mensen die genezen zijn posten niet meer. Mensen die lijden posten. Focus op je eigen herstelproces.
Blijf sociaal verbonden. Isolatie versterkt de vervreemding. Blijf contact houden met mensen die je vertrouwt, ook als het moeilijk voelt.
Ervaringen van mensen die genezen zijn
De ervaringen van patiënten die therapie bij Ben Meijer hebben gevolgd, laten zien dat herstel mogelijk is, ook na jarenlange klachten. Mensen die dachten dat ze ermee moesten leren leven ontdekten dat gerichte therapie wel degelijk werkt.
Wat opvalt in deze ervaringen: het keerpunt is vaak het moment waarop iemand een therapeut vindt die derealisatie begrijpt, een behandelplan heeft en ervaring heeft. Niet een algemene psycholoog die het zijdelings behandelt, maar iemand die er dagelijks mee werkt en het mechanisme van binnenuit kent.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het voordat derealisatie weggaat? Met gerichte therapie verdwijnt derealisatie meestal binnen 6-16 sessies. Bij eenvoudige gevallen kan het al eerder verbeteren. Zonder behandeling kan chronische derealisatie jarenlang aanhouden.
Kan derealisatie na 10 jaar nog genezen worden? Ja. De duur van de klachten maakt het niet onbehandelbaar. Ben Meijer heeft patiënten succesvol behandeld die al 40 jaar derealisatie hadden. Het kan wel meer sessies vergen dan bij kortdurende klachten.
Is derealisatie een chronische aandoening? Nee, dat hoeft niet. Derealisatie is een beschermingsmechanisme, geen chronische ziekte. Het kan chronisch aanwezig zijn als het niet behandeld wordt, maar het is niet ongeneeslijk.
Moet ik stoppen met werken vanwege derealisatie? Niet per se. Veel mensen met derealisatie functioneren in hun dagelijks leven. Therapie kan naast werk gevolgd worden met wekelijkse sessies.
Waar vind ik een therapeut die gespecialiseerd is in derealisatie? Specialisatie in derealisatie is zeldzaam. Neem contact op met Ben Meijer voor een online sessie. Hij behandelt patiënten wereldwijd via videobellen (Zoom).
Dit artikel is geschreven op basis van de klinische ervaring van Ben Meijer, therapeut en ervaringsdeskundige gespecialiseerd in de behandeling van derealisatie en depersonalisatie (DPDR). Ben behandelt wekelijks 8-18 patiënten met deze klacht en biedt online therapie aan vanuit een eigen, gespecialiseerd kader, met meerdere interventietechnieken en een op maat gemaakt behandelplan.
Derealisatie is een dissociatieve ervaring waarbij de wereld om je heen onwerkelijk aanvoelt, alsof je door een glazen wand naar het leven kijkt. Het is een beschermingsmechanisme van je brein na drugsgebruik, bedreiging, grote stress of (chronisch) slaaptekort. Derealisatie is behandelbaar, meestal binnen 6-16 sessies gerichte therapie.
Wat is derealisatie precies?
Derealisatie is een verandering in hoe je de wereld om je heen waarneemt. Je omgeving voelt vervreemd, vaag, onwerkelijk of droomachtig, alsof je naar een film kijkt in plaats van het echt te beleven. Kleuren kunnen dof lijken, geluiden gedempt, en alles voelt op afstand, ook al weet je verstandelijk dat het echt is.
Het is geen psychose: je verliest niet het contact met de realiteit. Je herkent dat er iets niet klopt aan je waarneming. Dat bewustzijn is juist wat derealisatie zo beangstigend maakt. Je merkt dat je anders ervaart dan normaal, maar je kunt het niet stoppen.
In de psychiatrie valt derealisatie onder de dissociatieve stoornissen. De officiële diagnose is de depersonalisatie-/derealisatiestoornis, met DSM-5 code 300.6 en ICD-10 code F48.1. Derealisatie komt zelden alleen: het gaat vaak samen met depersonalisatie, waarbij je jezelf als onwerkelijk ervaart.
Volgens therapeut Ben Meijer, die gespecialiseerd is in de behandeling van derealisatie en het zelf heeft meegemaakt, is derealisatie in de kern een beschermingsreactie: “Je brein schakelt over naar een overlevingsstand. Je gaat in je hoofd zitten om je af te schermen van overweldigende gevoelens.”
Wat is het verschil tussen derealisatie en depersonalisatie?
Derealisatie en depersonalisatie zijn twee kanten van dezelfde medaille. Bij derealisatie voelt de buitenwereld onwerkelijk aan. Bij depersonalisatie voelt je eigen lichaam, gedachten of identiteit onwerkelijk aan, alsof je naast jezelf staat.
Beide vormen zijn onderdeel van dissociatie: een afscheidingsmechanisme waarmee je brein overweldigende ervaringen op afstand plaatst.
Welke symptomen horen bij derealisatie?
De symptomen van derealisatie draaien allemaal om hetzelfde thema: de wereld voelt niet echt. De specifieke ervaring verschilt per persoon, maar de meest voorkomende symptomen zijn:
Visuele veranderingen. De omgeving ziet er vreemd uit. Kleuren zijn doffer of juist feller dan normaal. Objecten lijken plat, te groot of te klein. Het voelt alsof je door een waas of glazen wand kijkt.
Emotionele afvlakking. Gevoelens bereiken je niet meer volledig. Vreugde, verdriet en liefde voelen gedempt of afwezig. Dit verschilt van depressie: bij derealisatie komt de afvlakking doordat je in je hoofd zit uit angst, niet door een gebrek aan levensenergie.
Vervreemdingsgevoel. Bekende plekken voelen vreemd aan. Je eigen huis, je straat, zelfs je gezin kan onherkenbaar voelen, terwijl je verstandelijk weet dat er niets veranderd is.
Tijdsverstoring. De tijd lijkt langzamer of sneller te gaan. Recente gebeurtenissen voelen als lang geleden, of het omgekeerde.
Geheugenproblemen en concentratieproblemen. Het verleden voelt als iets dat iemand anders heeft meegemaakt. Wanneer je in de derealisatie zit, werkt het opslaan van herinneringen minder goed dan wanneer je er niet in zit. Mensen kunnen zich slecht concentreren of hebben een leeg hoofd (blank mind).
Mensen die bij Ben Meijer komen hebben meestal ernstig belemmerende en beperkende vormen van derealisatie, d.w.z. 24 uur per dag, 7 dagen per week, maandenlang of zelfs jarenlang, zonder respijt, vaak met paniek, angstaanvallen en stress.
Wat zijn de oorzaken van derealisatie?
Derealisatie wordt veroorzaakt door een angstige of bedreigende ervaring die je niet hebt kunnen verwerken. Bekijk het volledige overzicht van oorzaken van derealisatie en depersonalisatie. Je brein schakelt over op een beschermingsmodus om overweldigende emoties op afstand te houden.
De meest voorkomende triggers zijn:
Drugs. Vooral cannabis (wiet, hash), hallucinogenen (MDMA, LSD, enz.) zijn bekende triggers. Ben Meijer geeft aan veel patiënten te behandelen na een negatieve cannabiservaring. Eenmaal een negatieve ervaring gehad, zal toekomstig gebruik waarschijnlijk hetzelfde effect hebben.
Trauma.Zowel eenmalige traumatische gebeurtenissen (ongeluk, overval, of medische trauma’s) als langdurig trauma (verwaarlozing, mishandeling in de jeugd) kunnen derealisatie veroorzaken. Het brein dissocieert om de pijn te overleven.
Angst en paniekaanvallen. Een regelmatig voorkomende aanleiding. Tijdens een paniekaanval kan je brein overschakelen naar derealisatie als noodmechanisme. Bij sommige mensen verdwijnt het daarna weer, bij anderen blijft het hangen.
Chronische stress en burn-out. Langdurige overbelasting kan het brein in een permanente overlevingsstand duwen, waardoor derealisatie ontstaat.
Slaaptekort. Ernstig slaapgebrek verzwakt de veerkracht van het brein en kan derealisatie uitlokken of verergeren.
Andere psychische klachten. Depressie, PTSS, angststoornissen en OCD kunnen gepaard gaan met derealisatie.
Derealisatie Verstoord Studie
Wie is kwetsbaar voor derealisatie?
Niet iedereen die een angstige ervaring meemaakt, ontwikkelt derealisatie. Bepaalde mensen zijn kwetsbaarder dan anderen.
Mensen met vroege emotionele klachten: wie al op jonge leeftijd angst of emotionele problemen kende, heeft vaak een gevoeliger stresssysteem. Met name hechtingsstoornissen zijn door meerdere onderzoekers aangewezen als directe oorzaken. (Daphne Simeon en Benedetto Farina en Giovanni Liotti)
Druggebruikers:vooral mensen die cannabis (THC) of hallucinogenen (XTC, LSD, enz.) gebruiken lopen risico. Een enkele negatieve trip kan derealisatie triggeren.
Hooggevoelige personen: mensen die prikkels dieper verwerken hebben een lager drempelpunt voor overweldiging. Hun brein schakelt sneller over naar bescherming via dissociatie.
Perfectionisten: de neiging om alles onder controle te willen houden creëert spanning. Wanneer die controle wegvalt, kan het brein overschakelen naar derealisatie.
Mensen die goed in hun vel zitten, het leven omarmen, tegen een stootje kunnen, kunnen huilen en kunnen genieten ontwikkelen minder snel derealisatie. Zij kunnen angstige ervaringen beter verwerken zonder dat het brein naar dissociatie grijpt.
Kan derealisatie vanzelf weer overgaan?
Ja, acute derealisatie kan spontaan verdwijnen. Na een paniekaanval, trauma of kortdurende stresssituatie lost het vaak vanzelf op zodra je weer rust en veiligheid ervaart.
Maar er is een belangrijk kantelpunt. Volgens Ben Meijer verschuift derealisatie naar chronisch als het binnen een week of drie niet oplost. Op dat moment is het brein gewend geraakt aan de beschermingsmodus en komt het er niet meer vanzelf uit.
Waarom een eerste episode na een bad trip vaak eerst overgaat en later toch terugkomt, lees je in derealisatie in episodes.
Chronische derealisatie, die weken, maanden of jaren aanhoudt, lost vrijwel nooit spontaan op. Gerichte therapie is dan nodig om het patroon te doorbreken.
Belangrijk om te weten: Ben Meijer stelt dat chronische derealisatie die niet oplosbaar is niet bestaat. Het betekent dat iemand nog geen effectieve therapie heeft gevonden of geen ter zake kundige therapeut heeft ontmoet, ongeacht hoe lang de klachten duren.
Hoe wordt derealisatie behandeld?
Derealisatie wordt behandeld met gerichte therapie die zich richt op het verwerken van trauma’s, het oplossen van onderliggende kwetsbaarheid, het verminderen van paniek en angst en het herstellen van de verbinding met gevoelens. Ben Meijer werkt vanuit een eigen, gespecialiseerd kader dat speciaal voor deze dissociatieklachten is ontwikkeld, met een hele serie interventietechnieken om te werken met hechtingsproblematiek en delen, en met zelfhulpoefeningen die je thuis zelf kunt doen. Lees meer over de therapie en behandelingen.
Accepteren in plaats van vechten. Je leert een andere relatie aan te gaan met je gedachten en gevoelens. In plaats van te vechten tegen de derealisatie-ervaring, leer je deze te accepteren als tijdelijk signaal, waardoor de angstcyclus doorbroken wordt.
Zelfhulpoefeningen werken doordat je je richt op de emotionele lading van angstige ervaringen. Dit helpt het brein om vastgelopen emoties te verwerken en de beschermingsstand los te laten.
Hoeveel sessies zijn nodig? Dit hangt af van de complexiteit. Bij eenvoudige derealisatie gaat het vaak sneller. Bij complexere gevallen met angststoornis, trauma of langdurig medicatiegebruik: gemiddeld 6-16 sessies. De frequentie is eenmaal per week, maximaal twee keer per week als je gemotiveerd bent.
Medicatie is meestal niet nodig. Ben Meijer heeft in zijn praktijk nooit medicatie nodig gehad om derealisatie op te lossen. Sterker nog: medicatie kan de behandeling belemmeren. Antidepressiva kunnen gevoelens verder afvlakken, waardoor de therapeutische toegang tot emoties geblokkeerd wordt. Dat is precies het tegenovergestelde van wat nodig is.
Wat verergert derealisatie?
Bepaalde factoren kunnen derealisatie versterken of terugkeer uitlokken. Vermijd of minimaliseer deze zoveel mogelijk:
Drugs en alcohol: vooral cannabis, hallucinogenen en overmatig alcoholgebruik
Stress en overbelasting: chronische spanning houdt het beschermingsmechanisme actief
Angsten voeden: piekeren, catastroferen en doemdenken versterken de cyclus
Slaaptekort: vermoeidheid verzwakt de veerkracht van het brein
Virtual Reality: kan het gevoel van onwerkelijkheid triggeren of versterken
Isolatie: sociaal terugtrekken versterkt de vervreemding
Wat helpt bij derealisatie?
Naast professionele therapie zijn er dingen die je zelf kunt doen om derealisatie te verminderen:
Veiligheid creëren: zorg voor een omgeving waarin je je veilig voelt
Rust en ontspanning: geef je zenuwstelsel de kans om te herstellen
Goed slapen: een vast slaapritme is essentieel
Bewegen: lichamelijke activiteit brengt je terug in je lichaam
Yoga en meditatie: helpen bij het herstellen van de lichaam-geest verbinding
Sociale verbinding: blijf contact houden met mensen die je vertrouwt
Bij acute derealisatie (net opgetreden): zorg voor directe veiligheid en rust. Als het binnen een week niet oplost, zoek dan professionele hulp.
Veelgestelde vragen over derealisatie
Wat is de meest voorkomende oorzaak van derealisatie? Recreatief drugsgebruik is verantwoordelijk voor 70 procent van de mensen die zich aanmelden voor therapie.
Is derealisatie gevaarlijk? Nee, derealisatie is niet gevaarlijk. Het is een beschermingsmechanisme van je brein, geen teken van gekte of een hersenziekte. Het is wel zeer beangstigend en kan je levenskwaliteit ernstig beperken als het chronisch wordt.
Kan derealisatie door een burn-out komen? Ja. Alles wat je lichaam en geest overweldigt, waaronder een burn-out, kan derealisatie veroorzaken. Het brein schakelt over naar een beschermingsmodus wanneer de belasting te groot wordt.
Hoe lang duurt derealisatie? Acute derealisatie kan minuten tot dagen duren. Chronische derealisatie kan maanden of jaren aanhouden zonder behandeling. Met gerichte therapie is het behandelbaar, ongeacht de duur.
Is derealisatie hetzelfde als psychose? Nee. Bij derealisatie weet je dat je waarneming niet klopt. Dat besef ontbreekt bij een psychose. Het is een dissociatieve ervaring, geen psychotisch symptoom. Denk je dat je een psychose hebt, of maak je je ernstig zorgen? Neem dan contact op met je huisarts. De huisartsenpost is dag en nacht bereikbaar.
Kan ik werken met derealisatie? Veel mensen met derealisatie functioneren in hun dagelijks leven, al kost het extra energie. De ervaring is intern en van buitenaf is er vaak niets te zien.
Dit artikel is geschreven op basis van de klinische ervaring van Ben Meijer, therapeut en ervaringsdeskundige gespecialiseerd in de behandeling van derealisatie en depersonalisatie (DPDR). Ben behandelt wekelijks 8-18 patiënten met deze klacht en biedt online therapie aan vanuit een eigen, gespecialiseerd kader, met meerdere interventietechnieken en een op maat gemaakt behandelplan.
Simon van den Oever heeft me gevraagd mee te werken aan een artikel over DPDR in de Groene Amsterdammer. Ik vind zelf dat het artikel goed is gelukt en best wel nuttige informatie deelt over de Depersonalisatie en derealisatiestoornis.
Je kunt het hier vinden: https://www.groene.nl/artikel/vast-achter-matglas
Virtual Reality, (VR) en daarmee bedoel ik VR brillen die gebruikt worden voor Virtual Reality computer spellen, kunnen depersonalisatie en of derealisatie opwekken, of inwerken op eerdere derealisatieproblemen of bij iemand die al instabiel is, echt paniekaanvallen en DPDR problemen opwekken.
Net als bij alle andere veroorzakers van derealisatie, kan je dit verdelen in acute derealisatieproblemen en de meer chronische derealisatie die ik op mijn website verder beschrijf.
Ja, waar ik het nu over heb, zijn mijn ervaringen. Als je denkt, ik ben de enige of eerste, sorry. Serieuze derealisatieproblemen zijn nog weinig erkend, maar echt, en ja, gelukkig is er wat aan te doen.
Alexithymie: -- moeite heeft met het herkennen, identificeren, begrijpen en uiten van emoties. Dit kan ook een verwerkingsprobleem zijn, of het niet goed interpreteren van emoties en lichamelijke sensaties. Dit komt uit het Grieks letterlijk zonder woorden voor emoties. Denk daarnaast ook aan moeite om met emoties om te gaan: om emoties te accepteren en er mee om te leren gaan. Het kan zijn dat lichamelijke signalen zoals honger en pijn worden genegeerd of onderdrukt. Alexithymie kan voorkomen bij autisme en RASopathien, zoals het Noonan syndroom. Soms zie je alexithymie ook bij depressie (en anhedonie) of bij depersonalisatie en derealisatie, zeker bij autisten met DPDR. Alexithymie komt veel vaker voor bij autisten dan bij mensen zonder autisme.
Sommige mensen vinden dat alexithymie te maken heeft met het bepaalde vorm van lage emotionele intelligentie, en soms ook een laag vermogen tot empathie.
Gezien derealisatie en depersonalisatie ook voorkomen bij een onvermogen om om te gaan met heftige emoties, en alexithymie ook dat onvermogen tot omgaan met emoties kunnen deze twee begrippen met elkaar worden verward.
Volgens de ziektekiemtheorie, ook wel genoemd de bacterie-theorie (Engels Germ-theory) moet er en ziekteverwekker zijn, zoals een bacterie of een virus voordat er een ziekte kan ontstaan. Kunnen ziekteverwekkers mentale stoornissen of syndromen veroorzaken? Jouw immuunsysteem zou de meeste ziekteverwekkers moeten aanpakken en je moeten beschermen voor ziekteverwekkers. Nadat ziekteverwekkers je lichaam binnenkomen, is er nog een extra barriere voordat ze in je hersens kunnen komen: de bloed-hersenbarrière. Betekent dit dat het onmogelijk is voor ziekteverwekkers om je hersens aan te tasten?
Je kunt een keelontsteking krijgen van sommige bacterien (streptococcus bacterie) en virussen (bij virale keelontsteking helpen antibiotica NIET!!) Het is dus erg ongewoon als ziektekiemen ziekten in de hersens veroorzaken. Hier benoem ik enkele weinig voorkomende uitzonderingen.
Recente reacties